De Spartacus Opstand van januari 1919 in Berlijn, Duitsland wordt door historici vaak met zijden handschoenen behandeld, terwijl de nationalisten die het onderdrukten openlijk worden verguisd als proto-Nazimonsters. (1)

De realiteit is echter dat de nationalisten – alias de Freikorpsen – in veel opzichten de helden in deze zaak waren, omdat zij door hun snelle optreden Lenins beste hoop op verspreiding van de bolsjewistische revolutie in Europa en uiteindelijk in de wereld hebben gestopt. (2)

De wortels van de Spartacus Opstand liggen in de tweedeling tussen de pro- en anti-oorlogsgroepen van de Duitse Socialistische Partij (SPD). In 1914 was de enige stem in de SPD tegen het verlenen van oorlogskredieten aan de Duitse regering een radicale socialistische afgevaardigde genaamd Karl Liebknecht. Hoewel vaak gedacht wordt dat hij van Joodse komaf was, was dit in feite niet het geval. (3)

Karl Liebknecht

Liebknecht heeft de hele Eerste Wereldoorlog – ook in de gevangenis – zoveel mogelijk mensen tegen de oorlog gemobiliseerd en gepredikt dat hun echte vijanden niet de geallieerden waren, maar hun ‘klassenvijanden’ thuis. (4)

Gebeurtenissen raakten in een stroomversnelling in januari 1916 toen er anonieme brieven met ‘Spartacus’ in omloop kwamen die dezelfde boodschap predikten aan hun voornamelijk arbeidersklasse lezerspubliek. (5)

Deze werden geschreven door Leo Jogiches, Paul Levi, Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg, Franz Mehring en Clara Zetkin (6), maar waren allemaal gebaseerd op het pamflet ‘De crisis van de Duitse sociaal-democratie’ van Rosa Luxemburg – een Joodse marxistische theoretica uit Polen – dat werd ondertekend door ‘Junius’ en gepubliceerd in december 1915. (7)

Van deze personen waren Leo Jogiches, Paul Levi en Rosa Luxemburg Joods.

Deze Spartacus-brieven werden tot het einde van de oorlog geschreven en verspreid – wat enige geloofwaardigheid gaf aan de vermeende ‘Stab in the Back’ legende (Dolkstoot-legende in het Nederlands) – ondanks het feit dat Jogiches, Liebknecht en Luxemburg door de keizerlijke Duitse autoriteiten gevangen werden gezet wegens opruiing. (8)

Soldaten staan achter een barricade tijdens de Spartacus opstand.

Na de Duitse overgave aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 ging keizer Wilhelm II in ballingschap en gaf kanselier Max von Baden de controle over de Duitse regering over aan Friedrich Ebert – voorzitter van de SPD en hoofd van de pro-oorlogsfractie – wat leidde tot de opkomst van de zogenaamde Radenrepubliek tussen november 1918 en de parlementsverkiezingen in januari 1919. (9)

Rosa Luxemburg

Hier ontstonden volkscommissies die het lokale bestuur, dat tot dan toe door de keizerlijke Duitse regering en haar lokale bestuursvolmachten werd gecontroleerd, effectief runden. De Spartacisten – Jogiches, Liebknecht en Luxemburg, die door de nieuwe socialistische regering van Friedrich Ebert op 9 november 1918 door een algemene amnestie voor politieke gevangenen waren vrijgelaten – (10) interpreteerden deze – enigszins correct – als een Duitse versie van de Sovjets die tussen de februari- en oktoberrevoluties van 1917 in Rusland aan de macht waren geweest. (11)

Dit geloof – naast zijn verdere politieke radicalisering – was mede de aanleiding voor Karl Liebknecht’s enthousiaste kabel naar Lenin in Moskou waarin hij verklaarde dat: De revolutie van het Duitse proletariaat is begonnen. Deze revolutie zal de Russische revolutie redden van alle aanvallen en zal alle fundamenten van de imperialistische wereld wegvagen. (12)

Zo zien we dat de politieke situatie snel escaleerde van een radicale verandering in de regering en de machtsstructuur naar een regelrechte communistische revolutie door de bondgenoten van Vladimir Lenin.

Toen de nieuw aangestelde sociaal-democratische bondskanselier Friedrich Ebert op 1 december 1918 de steun van de nog steeds machtige Reichswehr inriep in ruil voor ‘radicale politieke veranderingen’, stopte hij de communistische revolutie van Jogiches, Liebknecht en Luxemburg in hun voetsporen. (13)

Om de communistische revolutie waar ze zo lang aan gewerkt hadden veilig te stellen, hadden ze namelijk behoefte aan een verdere verslechtering van de situatie, zodat – in de woorden van Marx en Engels – “het proletariaat zal zien dat ze niets te verliezen hebben dan hun ketenen“.

Na deze toenadering tussen Ebert’s sociaal-democratische regering en de conservatieve steunpilaar van de Reichswehr hebben de Spartacisten en hun volgelingen periodiek kleinschalig geweld gepleegd tegen hun ‘klassenvijanden’ en zelfs geprobeerd in te breken in het Kanselarijgebouw op 13 december 1918. (14)

Pas toen de aangestelde leden van de Onafhankelijke Sociaal-Democratische Partij (USPD) zich medio december 1918 uit de regering terugtrokken, en meer in het bijzonder door het ontslag van Emil Einhorn uit zijn functie als politiechef en zijn daaropvolgende weigering om de post te ontruimen op 4 januari 1919 (15), begon het echt te verschuiven in de richting van een gewapende opstand.

Onder andere Liebknecht en Luxemburg (waaronder Leo Jogiches, Paul Levi en Clara Zetkin en vertegenwoordigers van de USPD en radicale vakbonden) kwamen bijeen en waren het erover eens dat ‘de revolutie op het spel stond‘ en riepen op tot een publieke demonstratie tegen de samenwerking van de SPD met ‘reactionairen’ en ‘klassenvijanden’. (16)

De reactie was voor zowel de Spartacisten als de UPSD-leiders een complete verrassing, aangezien ze gewend waren aan een relatief kleinschalige reactie van trouwe partijleden in plaats van de massale, echt proletarische reactie die ze op hun sommatie ontvingen. (17)

Irreguliere Spartacisten bewaken een straat in Berlijn

Een verbazingwekkende 200.000 arbeiders – sommigen gewapend – kwamen naar buiten om de oproep te ondersteunen. (18)

Dit zorgde er op zijn beurt voor dat de Spartacisten en de leiding van de USPD een gevoel ontwikkelden dat nu de tijd rijp was voor een communistische revolutie.

Zoals de joodse Spartacist Rosa Levine-Meyer het later samenvatte: ‘De reactie van de arbeiders, tot aan die van de SPD, was overweldigend en de regering was volledig hulpeloos. (19)

Deze overtuiging dat de tijd rijp was om een grootschalige communistische opstand te lanceren, kreeg een stem in een noodvergadering van Spartacisten, USPD-leiders en radicale vakbondsmensen in de nacht van 5 op 6 januari 1919. (20)

Het resultaat van deze gesprekken – voornamelijk geleid door Liebknecht met zowel Jogiches als Luxemburg tegen de resolutie – was het besluit om de arbeiders opnieuw de straat op te roepen met het expliciete doel hen in een revolutie te leiden. (21)

Dit moet niet worden opgevat als – zoals Berduc terecht heeft opgemerkt – dat Luxemburg niet volledig aan boord was van een gewelddadige communistische revolutie, maar eerder geloofde ze – terecht – dat de opkomst die Liebknecht zo succesvol heeft weten te bewerkstelligen voorbarig was en gedoemd was te mislukken, omdat het op dat moment niet de steun van de massa had. (22)

Karl Radek

Ondanks hun bedenkingen zetten Luxemburg en de andere Spartacisten, zoals Jogiches, zich echter volledig in voor de opstand (23), die werd uitgevoerd met de volledige kennis van de Joodse gevolmachtigde van Lenin voor het bewerkstelligen van een communistische revolutie in Duitsland: Karl Radek. (24)

Dit was niet wat ze hadden gehoopt dat het zou zijn – ondanks dat marxistische historici dit nogal belangrijke detail verdoezelen en het groter laten klinken dan het eigenlijk was – (25) en slechts 10.000 mensen gehoor gaven aan Liebknecht en de oproep van Luxemburg tot revolutie. (26)

Deze onopvallende menigte begon zich onmiddellijk te verspreiden toen ze zich realiseerde dat ze niet over de nodige aantallen beschikten, maar een radicale splintergroepering deed dat niet en organiseerde in plaats daarvan een gewapende overname van het hoofdkantoor en de drukkerij van de SPD. (27) Ze slaagden er ook in om enkele sluipschutters in en rond de stad te plaatsen. (28)

De ‘revolutie’ was toen dus mislukt en de vijanden van radicaal links – zowel rechts als gematigd links – begonnen meteen op te roepen tot een massale executie van de Spartacisten. (29)

In reactie op de gebeurtenissen en de publieke stemming riep de regering van bondskanselier Ebert alle Reichswehr- en Freikorps-eenheden in het gebied onmiddellijk op om de Spartacistische rebellen aan te pakken, en ze begonnen elke linkse activist die ze konden vinden te arresteren (30), evenals het communistische gespuis met pantserwagens en machinegeweren uit hun bolwerken te ruimen. (31)

Het is misschien ironisch – gezien het Joodse karakter van hun revolutie – dat Luxemburg en Liebknecht hun toevlucht zochten voor de nationalistische aanval bij de Joodse Marcussohn-familie in de Berlijnse middenklasse en zwaar Joodse wijk Wilmersdorf. (32)

Op 15 januari 1919 werden Luxemburg en Liebknecht door de Freikorpsen gearresteerd en vervolgens op 16 januari 1919 met toestemming van de regering van Ebert prompt berecht en vlot geëxecuteerd. (33)

Wat we uit de voorgaande discussie kunnen opmaken is dat de Spartacus opstand niet alleen onpopulair was onder de arbeidersklasse die zij beweerde te bevrijden, maar dat de meeste van haar leiders in feite Joods waren.


Noten

  1. For an example of the histrionic treatment meted out to them see Nigel Jones, 2004, ‘A Brief History of the Birth of the Nazis: How the Freikorps Blazed a Trail for Hitler’ , 2nd Edition, Robinson: London
  2. Robert Service, 2008, ‘Comrades: Communism: A World History’ , 1st Edition, Pan: London, p. 85
  3. https://semiticcontroversies.blogspot.com/2011/06/in-brief-karl-liebknecht-not-jew.html; also see the failure to mention his being so in Adolf Ehrt, 1990, [1933], ‘Communism in Germany: The Communist Conspiracy on the Eve of the 1933 National Revolution’ , 1st Edition, Noontide Press: Costa Mesa, p. 16
  4. Manuel Berduc, 2016, ‘Against Putschism: Paul Levi’s Politics, the Comintern, and the Problems of a European Revolution 1918-1923’ , Bachelors Thesis: University of Minnesota, p. 17
  5. Ibid, p. 18
  6. Ibid; Howard Sachar, 2003, ‘Dreamland: Europeans and Jews in the Aftermath of the Great War’ , 1st Edition, Vintage: New York, p. 225
  7. Sachar, Op. Cit., pp. 217; 225
  8. Ibid, p. 225
  9. Pierre Broue, 2006, ‘The German Revolution, 1917-1923’ , 1st Edition, Haymarket: Chicago, pp. 158-159
  10. Sachar, Op. Cit., p. 226
  11. Broue, Op. Cit., pp. 158-159
  12. Service, Op. Cit., p. 86
  13. Sachar, Op. Cit., p. 225
  14. Ibid, pp. 225; 227
  15. Ibid, p. 225; Berduc, Op. Cit., pp. 29-30
  16. Berduc, Op. Cit., p. 30; Chris Harman, 1997, ‘The Lost Revolution: Germany 1918 to 1923’ , 2nd Edition, Bookmarks: London, p. 73
  17. Berduc, Op. Cit., pp. 30-31; Harman, Op. Cit., pp. 73-75
  18. Broue, Op. Cit., pp. 241-242
  19. Harman, Op. Cit., p. 77
  20. Sachar, Op. Cit., p. 227
  21. Ibid.; Berduc, Op. Cit., pp. 31-32
  22. Berduc, Op. Cit., pp. 31-32
  23. Sachar, Op. Cit., p. 227
  24. Harman, Op. Cit., p. 77
  25. Ibid, pp. 77-81
  26. Berduc, Op. Cit. p. 32
  27. Ibid, pp. 23-33
  28. Harman, Op. Cit., p. 77
  29. Berduc, Op. Cit., pp. 32-33
  30. Ibid, p. 33
  31. Ibid; Sachar, Op. Cit., p. 227
  32. Sachar, Op. Cit., p. 227
  33. Ibid, Berduc, Op. Cit., p. 33

The Jews behind the 1919 Spartacist Uprising in Berlin

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here